Beschrijving
Start-stop-systeemomzettereenheid voor Citroën en Peugeot
Deze regelunit voor het Start-Stop-systeem regelt het uit- en aanschakelen van de motor om brandstof te besparen en uitstoot te verminderen. De unit bewaakt accuspanning, dynamo- en motortoestand en stuurt signalen naar de startmotor en het motormanagement om een betrouwbare herstart te garanderen. Geschikt voor monteurs en doe-het-zelvers die werken aan Citroën- en Peugeot-voertuigen; vaak wordt deze eenheid gezocht op productcode (bijv. 5600VR, 9675015880).
Compatibiliteit
Toepasbaar op onder andere de volgende modellen:
- Citroën C4
- Citroën C4 Picasso
- Peugeot 308
Technische informatie
- Fabrikant: Continental / Stellantis
- Model: Start-Stop Regelunit / ECU
- Productcodes: 9675015880, 9675015880-03, 9676308180, 9676308180-00, 5600VR
- Overige nummers: 9805721280
Functie en werking
De unit bepaalt of de motor veilig kan stoppen en weer starten op basis van accuspanning, motortemperatuur, rem- en stuurinformatie en signaal van de startonderdelen. Bij een correcte werking vermindert het brandstofverbruik in stadsverkeer en verlaagt het de CO₂-uitstoot. De unit communiceert met andere besturingselementen in het voertuig om een vloeiende en betrouwbare herstart te waarborgen.
Hoe te vervangen (algemene procedure)
- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond en zet de contactschakelaar uit.
- Koppel altijd eerst de accu los om elektrische schade of kortsluiting te voorkomen.
- Lokaliseren van de unit: bij verschillende modellen kan de Start-Stop-eenheid zich in de buurt van de accu, in de motorkap, of achter het dashboard/fusebox bevinden.
- Verwijder bevestigingsmiddelen en drukvergrendelingen; maak de elektrische connectoren los met zorg (let op vergrendelingen en borgclips).
- Monteer de nieuwe unit, sluit connectoren correct aan en zet bevestigingen vast volgens fabrieksspecificaties.
- Na montage is het vaak noodzakelijk de eenheid te initialiseren of te coderen (zie sectie Montage en codering – belangrijk).
- Voer een functionele controle uit: start/stop-functie en relevante foutcodes controleren met diagnosetool.
Montage en codering – belangrijk
- De eenheid kan gebruikt zijn en mogelijk gekoppeld zijn aan het oorspronkelijke voertuig (VIN/PIN/sleutels).
- Mogelijkheden om de eenheid in bedrijf te stellen:
- Klonen van gegevens van de oude eenheid (EEPROM/Flash) – na het klonen is de eenheid plug-and-play.
- Virginiseren en daarna initialisatie/telecodering via DiagBox (eventueel online) + aanpassing van sleutels.
- Aanbevolen uit te voeren door een specialist met PSA-serviceapparatuur (DiagBox/Lexia/PP2000).
- Koppel altijd de accu los vóór demontage/montage en volg de procedures van de fabrikant om beschadiging van de eenheid te voorkomen.
Waarom faalt deze eenheid het meestal
Veel voorkomende oorzaken van uitval zijn blootstelling aan vocht en corrosie, spanningspieken of onjuiste jumpstart-procedures, en slijtage veroorzaakt door veroudering van de interne componenten of slechte accu-conditie. Problemen in voedings- en massa-aansluitingen of beschadigde connectoren leiden vaak tot intermitterende storingen. Het regelmatig controleren van accu- en laadstatus voorkomt vroegtijdige defecten.
Aanbevelingen voor montage
- Werk op een droge, schone plaats en draag antistatische maatregelen om ESD-schade aan de elektronica te voorkomen.
- Gebruik het juiste gereedschap en vervang beschadigde connectoren of bevestigingsmiddelen.
- Controleer na installatie en codering alle systeemfuncties met een geschikte diagnosetool en wis eventuele foutcodes pas na verificatie van correcte werking.
- Wanneer u twijfelt over codering of aanpassing van sleutels, laat het werk uitvoeren door een professionele werkplaats met PSA-kennis en apparatuur.






