Regeleenheid IAW 48P2.77 9646570280 9645989480 1938NH

€ 42,00

Stellantis CITROEN PEUGEOT
9646570280 9645989480 1938NH NFP

1 op voorraad

Beschrijving

Regeleenheid MAGNETI MARELLI IAW 48P2.77
Uit een PEUGEOT 206 1.1i

Beschrijving van het onderdeel

De gebruikte inspuitregeleenheid MAGNETI MARELLI IAW 48P2.77 is afkomstig uit een Peugeot 206 1.1i. Dit type regeleenheid verwerkt gegevens van sensoren en regelt de brandstofinspuiting en bijbehorende motorfuncties. Bij vervanging zijn zowel de juiste uitvoering van de regeleenheid als de elektronische aanpassing ervan aan het voertuig belangrijk.

Vergelijk bij het kiezen van een vervangend onderdeel de aanduiding IAW 48P2.77 en de nummers 9646570280, 9645989480 en 1938NH met de oorspronkelijke regeleenheid. De vermelde herkomst van het onderdeel bevestigt op zichzelf niet dat het geschikt is voor alle Peugeot 206-modellen. Dit is een reparatieoplossing met een gebruikt onderdeel; vóór vervanging is het raadzaam om met diagnose vast te stellen dat de storing daadwerkelijk door de regeleenheid wordt veroorzaakt en niet door de voeding of bedrading.

Technische informatie

  • Fabrikant: MAGNETI MARELLI
  • Model: Peugeot 206
  • Type regeleenheid: IAW 48P2.77
  • Onderdeelcategorie: inspuitregeleenheid
  • Herkomst van het onderdeel: PEUGEOT 206 1.1i
  • Staat: gebruikt onderdeel
  • Overige nummers: 9646570280, 9645989480, 1938NH
  • Overige aanduidingen in de documentatie: NFP

Productcodes

  • Productcodes: 9646570280, 9645989480, 1938NH
  • Aanduiding van de regeleenheid: IAW 48P2.77
  • Model: Peugeot 206

Montageadvies

De volgende procedure is een algemene richtlijn voor het vervangen van een inspuitregeleenheid. De exacte stappen voor demontage, het loskoppelen van de voeding en ingebruikname worden bepaald door de specifieke voertuiguitvoering en de onderhoudsinstructies van de fabrikant. Alleen het aansluiten van de gebruikte regeleenheid is mogelijk niet voldoende om de motor te kunnen starten.

1) Vóór montage

  • Vergelijk de typeaanduiding, productnummers, connectoren en bevestigingen met de oude regeleenheid. Beoordeel de vereiste compatibiliteit van hardware en software aan de hand van de onderhoudsgegevens.
  • Inspecteer de behuizing, contacten en connectorvergrendelingen. Let op corrosie, vocht, vervormde pinnen en tekenen van oververhitting.
  • Controleer de voeding, massaverbindingen en bedrading van het voertuig. Een niet-verholpen storing in het circuit kan ook de vervangende regeleenheid beschadigen.
  • Kies vooraf de methode voor gegevensoverdracht of initialisatie. Sla indien mogelijk de diagnosegegevens op en maak een back-up van de gegevens van de oorspronkelijke regeleenheid.

2) Benodigd gereedschap en materiaal

  • Gangbaar handgereedschap dat geschikt is voor de gebruikte verbindingen en hulpmiddelen om connectoren voorzichtig los te maken.
  • Een multimeter en diagnoseapparatuur die geschikt zijn voor het betreffende voertuig.
  • Apparatuur voor het maken van een back-up, het klonen of het initialiseren van de regeleenheid, afhankelijk van de gekozen methode.
  • Een schone, droge werkplek en geschikte bescherming van de elektronica tegen elektrostatische ontlading.

3) Montageprocedure stap voor stap

  1. Voer een eerste diagnose uit en noteer de storingsverschijnselen en de beschikbare gegevens van de oorspronkelijke regeleenheid.
  2. Bevestig de geschiktheid van de vervangende regeleenheid door de aanduidingen en onderhoudsgegevens te vergelijken. Kies de procedure voor ingebruikname.
  3. Schakel het contact uit, laat de elektronische systemen volgens de instructies van de fabrikant in de ruststand komen en koppel de accu los volgens de voorgeschreven procedure.
  4. Maak de regeleenheid toegankelijk volgens de onderhoudsprocedure voor het specifieke voertuig. Leg vóór het loskoppelen de ligging van de bedrading en de aansluiting van de connectoren vast.
  5. Ontgrendel de connectoren zonder te forceren. Trek niet aan de draden en bescherm de contacten tegen vuil en vocht.
  6. Maak de bevestigingen los en verwijder de oorspronkelijke regeleenheid. Controleer de omliggende bedrading en verhelp eventuele oorzaken van waterinfiltratie of beschadiging.
  7. Laat, afhankelijk van de gekozen methode, de gegevens vakkundig overzetten of de vervangende regeleenheid voorbereiden op de daaropvolgende initialisatie. De volgorde van de programmeerhandelingen hangt af van de gebruikte apparatuur.
  8. Plaats de vervangende regeleenheid en bevestig deze volgens de instructies van de fabrikant. De bedrading mag niet strak staan of bekneld raken.
  9. Sluit de connectoren aan en vergrendel ze volledig. Controleer of ze goed op hun plaats zitten en plaats alle verwijderde beschermingsdelen terug.
  10. Sluit de accu aan volgens de voorgeschreven procedure. Voltooi de benodigde codering, aanpassing en diagnosecontrole voordat u de motor start.

4) Controles na montage en functionele controle

Controleer de communicatie met de regeleenheid, de juistheid van de configuratie en de startvrijgave. Controleer na het starten de motorloop, controlelampjes en diagnosegegevens. Als alles in orde is en het voertuig veilig kan worden gebruikt, maak dan een korte proefrit en lees vervolgens het storingsgeheugen opnieuw uit. Los aanhoudende problemen op door middel van diagnose, niet door herhaaldelijk op goed geluk onderdelen te vervangen.

5) Veelvoorkomende montagefouten en hoe u ze voorkomt

  • Alleen kiezen op basis van het voertuigmodel: vergelijk ook de aanduiding van de regeleenheid en de technische uitvoering.
  • Aanpassing overslaan: bepaal de methode voor ingebruikname voordat u de regeleenheid daadwerkelijk vervangt.
  • Werken onder spanning: volg de procedure van de fabrikant voor het loskoppelen van de accu.
  • Beschadiging van contacten: plaats connectoren recht en vergrendel ze niet met kracht.
  • De oorspronkelijke oorzaak van de storing niet verhelpen: herstel beschadigde bedrading of voedingsproblemen en verhelp de oorzaak van vocht voordat u het vervangende onderdeel aansluit.

Montage en codering – belangrijk

  • De regeleenheid is gebruikt en is „gekoppeld“ aan het oorspronkelijke voertuig (VIN/PIN/sleutels).
  • Mogelijkheden voor ingebruikname:
    1. Gegevens klonen van de oude regeleenheid (EEPROM/Flash) – na het klonen is de regeleenheid plug-and-play.
    2. Terugzetten naar de ongeprogrammeerde toestand en vervolgens initialiseren/telecoderen via DiagBox (eventueel online) + sleutels inleren.
  • Het wordt aanbevolen dit te laten uitvoeren door een specialist met PSA-serviceapparatuur (DiagBox/Lexia/PP2000).
  • Koppel vóór demontage/montage altijd de accu los en volg de procedure van de fabrikant om schade aan de regeleenheid te voorkomen.

Oorzaken van beschadiging van het onderdeel

In het algemeen kunnen de volgende invloeden inspuitregeleenheden beschadigen; dit is geen beschrijving van de vastgestelde staat van dit exemplaar:

  • Vocht en corrosie nadat de bescherming van de regeleenheid of connectoren is aangetast.
  • Overspanning of onjuist omgaan met de voeding, bijvoorbeeld bij het verkeerd aansluiten van de accu.
  • Kortsluiting in de bedrading of aangesloten componenten, waardoor de uitgangscircuits van de regeleenheid beschadigd kunnen raken.
  • Thermische belasting en trillingen, die elektronische componenten en verbindingen langdurig belasten.
  • Ondeskundige ingrepen en onderbroken programmering, die de elektronica kunnen beschadigen of opgeslagen gegevens kunnen aantasten.

Extra informatie

Gewicht1 kg

Tenzij anders vermeld in de beschrijving, zijn alle foto's uitsluitend ter illustratie.

Wij behouden ons het recht voor de bestelde referentie te vervangen door de door de fabrikant aangewezen vervangende referentie.

De onderdelen zijn afkomstig van schadevoertuigen, worden zorgvuldig gecontroleerd en wij bieden daarop 12 maanden garantie op de werking.